Nieuws

Wijn bewaren in huis: waarom de keukenkast niet de beste plek is

Wie wijn een paar maanden of langer wil bewaren, kan die beter niet in de keukenkast of naast de oven zetten. Wijn is gevoelig voor temperatuurschommelingen en die zijn in een gemiddelde keuken juist groot. Een kast die speciaal voor wijn is gemaakt, houdt de omstandigheden stabiel. Dat scheelt teleurstelling als je een fles na een jaar opentrekt.

Ook in Nieuwegein staan veel flessen gewoon in de bijkeuken of op zolder. Begrijpelijk, want lang niet iedereen heeft een kelder. Toch is er voor bijna elke woning een betere oplossing, ook als je weinig ruimte hebt.

Wat er misgaat bij het bewaren op kamertemperatuur

Temperatuurschommelingen zijn het grootste probleem. In de zomer loopt de temperatuur in een keuken of op zolder flink op, in de winter koelt diezelfde ruimte weer af. Door die schommelingen kan wijn sneller verouderen dan de bedoeling is. De smaak kan daardoor vlakker worden en dan blijft er van een mooie fles weinig over.

Daarnaast houdt wijn niet van direct zonlicht. Een fles die wekenlang in de zon op het aanrecht staat, kan aan smaak verliezen. Een donkere plek met een stabiele temperatuur is daarom het uitgangspunt. Een aparte wijnkast regelt dat voor je, zonder dat je er zelf naar om hoeft te kijken.

Het verschil tussen een wijnkoelkast en een wijnklimaatkast

Deze twee kasten lijken op elkaar, maar hebben een verschillend doel. Een wijnkoelkast is vooral bedoeld om wijn op drinktemperatuur te brengen en te houden. Dat is handig als je flessen binnen enkele weken of maanden opdrinkt en ze graag meteen op de juiste temperatuur serveert.

Een wijnklimaatkast is gemaakt voor het langer bewaren en laten rijpen van wijn. Rijpen betekent dat een wijn zich in de fles langzaam verder ontwikkelt. Dat geldt overigens niet voor elke fles: sommige wijnen kunnen mooier worden met de jaren, maar veel wijnen zijn juist bedoeld om jong te drinken. Een wijnklimaatkast houdt de temperatuur stabiel, en stabiliteit wordt over het algemeen belangrijker gevonden dan een exact aantal graden. Als richtlijn wordt voor bewaren vaak een temperatuur rond de 10 tot 14 graden aangehouden.

De functies verschillen per model. Sommige kasten hebben bijvoorbeeld meerdere temperatuurzones, zodat je rode en witte wijn elk op hun eigen temperatuur kunt zetten. Andere modellen bieden vochtregeling of glas dat uv-licht tegenhoudt. Het loont dus om vooraf te bedenken wat je echt nodig hebt.

Weinig ruimte? Ook dan is er een passende oplossing

Veel woningen in Nieuwegein hebben een compacte keuken of geen aparte berging. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, want wijnkasten zijn er in veel formaten. Met een kleine wijnkoelkast voor pakweg tien tot twintig flessen kom je al een heel eind als je voorraad bescheiden is. Zo’n compact model past vaak op het aanrecht of in een hoek van de kamer.

Let bij de plaatsing wel op het type kast. Vrijstaande modellen hebben ruimte nodig voor ventilatie, omdat ze hun warmte opzij of aan de achterkant kwijt moeten. Inbouwmodellen zijn juist ontworpen om in een keukenblok of kastenwand te worden geplaatst. Een vrijstaande kast inbouwen is geen goed idee, want de kast kan zijn warmte dan niet kwijt en kan oververhit raken.

Zo maak je een goede keuze voor jouw situatie

Begin bij je eigen drinkgedrag. Drink je flessen meestal binnen een paar maanden op, dan is een wijnkoelkast op serveertemperatuur voldoende. Wil je wijnen jaren laten liggen, dan is een wijnklimaatkast de logische keuze. Kijk daarna pas naar formaat en functies.

Houd ook rekening met de plek in huis. Meet de beschikbare ruimte op en ga na of je een vrijstaand model of een inbouwmodel nodig hebt. Het energieverbruik verschilt per model, dus vergelijk ook het energielabel. Wie die punten vooraf op een rij zet, kiest een kast die jaren meegaat en haalt meer plezier uit elke fles.

Deel dit artikel:

Meer nieuws uit Nieuwegein